De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
kelderingangen, licht- en luchtopeningen (koekoeken) en stoeptreden, welke in of op aan de gemeente om niet afgestane grond aanwezig waren op het tijdstip van de overdracht;
vlaggen, vlagdoeken, wimpels en vlaggenstokken;
voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;
buizen in de grond tot lozing van fecaliën van huishoud en/of hemelwater;
dakgoten, vensterbanken en gevelroosters, welke aan een gebouw zijn aangebracht;
afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 15 cm buiten de gevel uitsteken;
voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen c.q. verkeersbelang voorzien zoals verkeerstekens, wegwijzers, standbeelden, kruisbeelden, banken en fonteinen.
Artikel 7
Vrijstellingen
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2015