De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft onder
meer niet te worden verleend indien:
de in exploitatie te brengen grond is gelegen in een gebied
waarvoor geen bestemmingsplan geldt;
de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de
daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden
tot strijd met het bestemmingsplan, de Woningwet of strijd met
andere wet- of regelgeving;
het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
van een doeltreffende en duurzame uitbreiding van bebouwing of
herinrichting;
het in bouwexploitatie brengen van grond anderszins zou leiden
tot ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen
van openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het
doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting,
riolering en andere voorzieningen van openbaar nut;
de exploitant niet bereid of in staat is om sluitende waarborgen
te stellen voor tijdige, kwalitatief goede en duurzame
uitvoering c.q. nakoming van zijn feitelijke en de financiële
verplichtingen;
exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van
aanleg van voorzieningen van openbaar nut;
exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet
wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging dan
wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is;
de exploitant niet bereid is de voorzieningen van openbaar nut
door de gemeente te laten aanleggen;
de door de gemeente noodzakelijk geachte regie niet kan worden
gevoerd of de exploitant niet bereid is grond beschikbaar te
stellen voor particulier opdrachtgeverschap.
Hoofdstuk
Artikel 8.
Weigeringsgronden voor een exploitatie-overeenkomst
Onderdeel van Exploitatieverordening Gemeente Dinkelland 2002