Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Aanvraag individuele voorziening

Onderdeel van De Verordening jeugdhulp gemeente Best 2015

Deze bepaling en vooral ook artikel 8 zijn een uitwerking van de verplichting in artikel 2.9, onder a, van de wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening in ieder geval regels stelt ‘met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening’. Toekenning van een individuele voorziening kan alleen op basis van een aanvraag. Deze verordening wijkt daarvan niet af. Wel bevat artikel 7 een aantal aanvullende bepalingen. Lid 1 wordt in de praktijk zo toegepast dat toeleiding plaatsvindt via het generalistenteam of specialistenteam. De wet gaat verder uit van drie verwijzers: huisarts, medisch specialist en de jeugdarts. In de regel wendt een jeugdige of zijn ouders zich voor een hulpvraag direct tot professionals in de basisstructuur, het generalistenteam of specialistenteam of tot één van bovengenoemde drie verwijzers. Lid 2 geeft aan dat de vraag wordt gemeld door middel van een aanvraagformulier, wanneer er geen verslag en/of ondersteuningsplan is. In het aanvraagformulier wordt tevens om toestemming gevraagd voor het opvragen van benodigde (medische) gegevens. Bij een vraag die niet door een van de verwijzers is aangestuurd, neemt iemand uit het generalistenteam of specialistenteam contact op met de jeugdige of zijn ouders en volgt in de regel een gesprek waarna verwijzing naar een overige voorziening en/of de aanvraag voor een individuele voorziening kan plaatsvinden. In lid 4 wordt als maximale beslistermijn de redelijke termijn conform artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht aangehouden, welke op grond van artikel 4:14 Awb verlengd kan worden. Artikel 4:13 stelt: 1. Een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. 2. De in het eerste lid bedoelde redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een mededeling als bedoeld in artikel 4:14, derde lid, heeft gedaan. Met het generalistenteam en specialistenteam worden nadere afspraken gemaakt over de doorlooptijden van de achtereenvolgende stappen in de procedure. De bedoeling is om de jeugdhulp zo snel als mogelijk in te kunnen zetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel