Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 22.

Inwerkingtreding en citeertitel

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Best 2015

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Best 2015. Aldus besloten door de raad van Best in zijn vergadering van 03-11-2014 de griffier de voorzitter M.J.H.J. Baijens drs. A.G.T. van Aert Nota van toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuninggemeente Best 2015 Algemeen Aanleiding De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Best 2015 (hierna: de verordening) is gebaseerd op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015). Deze verordening geeft uitvoering aan de Wmo 2015. De Wmo 2015 maakt onderdeel uit van de bestuurlijke en – met toepassing van een budgetkorting – financiële decentralisatie naar gemeenten van een aantal taken uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: AWBZ). Deze taken worden toegevoegd aan het takenpakket dat al bij gemeenten lag onder de ‘oude’ Wet maatschappelijke ondersteuning. Hierbij wordt deels voortgeborduurd op de weg die met die wet al was ingezet. Er wordt bekeken wat redelijkerwijs verwacht mag worden van de cliënt en zijn sociaal netwerk, vervolgens zal waar nodig de gemeente in aanvulling hierop hem in staat stellen gebruik te maken van een algemene voorziening of – als dat niet volstaat – een maatwerkvoorziening waarmee een bijdrage wordt geleverd aan zijn mogelijkheden om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en zelfstandig te functioneren in de maatschappij. Er dient telkens een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen te worden om de hulpvraag van de cliënt, zijn behoeften en de gewenste resultaten helder te krijgen, om te achterhalen wat de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met hulp van zijn sociaal netwerk dan wel door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of te verbeteren, om te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemene voorziening kan worden volstaan, of dat een maatwerkvoorziening nodig is, en of sprake is van een voorliggende of andere voorziening die niet onder de reikwijdte van de Wmo 2015 valt. De Wmo 2015 en deze verordening leggen deze toegangsprocedure daarom vast. Want waar het recht op compensatie dat bestond onder de ‘oude’ Wet maatschappelijke ondersteuning is komen te vervallen, wordt een recht op een zorgvuldige, tweezijdige procedure daartegenover gesteld. Een dergelijke procedure die bovendien goed wordt uitgevoerd, zal telkens tot een juist eindoordeel moeten leiden; ondersteuning waar ondersteuning nodig is. Indien de cliënt van mening is dat het college hem ten onrechte geen maatwerkvoorziening verstrekt of dat de maatwerkvoorziening onvoldoende bijdraagt aan de zelfredzaamheid of participatie, of dat hem opvang of beschermd wonen ten onrechte wordt onthouden, kan betrokkene daartegen vanzelfsprekend bezwaar maken en daarna eventueel in beroep gaan tegen de beslissing op zijn bezwaar. De rechter zal toetsen of de gemeente zich heeft gehouden aan de voorgeschreven procedures, het onderzoek naar de omstandigheden van betrokkene op adequate wijze heeft verricht en of de ondersteuning een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. De Wmo 2015 en deze verordening leggen veel bevoegdheden bij het college. De uitvoering hiervan zal echter in de regel namens het college gedaan worden (in mandaat) door deskundige ambtenaren, het generalistenteam of het specialistenteam. Waar in deze verordening en in de wet ‘het college’ staat, kan het college deze bevoegdheid namelijk mandateren aan ondergeschikten dan wel niet-ondergeschikten op grond van de algemene regels van de Awb. Met het generalistenteam en het specialistenteam wordt bedoeld: de teams van professionals op het gebied van participatie, jeugd en Wmo, voor (zeer) complexe, enkelvoudige of meervoudige ondersteuningsvragen, verbonden met de leefgebieden van inwoners en gezinnen met als taken: het signaleren en ontvangen van hulpvragen; het opstellen van een ondersteuningsplan; het coördineren van de ondersteuning en hulp; uitvoering van andere, overige en individuele voorzieningen; bepalen van de inzet van individuele voorzieningen. Verplichte en aanvullende bepalingen De verordening bevat een uitwerking van alle bepalingen die volgens de wet verplicht zijn (zie de artikelen 2.1.3, eerste tot en met vierde lid, 2.1.4, derde en zevende lid, 2.1.6, 2.1.7. en 2.6.6, eerste lid van de wet). Daarnaast zijn ook aanvullende bepalingen opgenomen waar deze een meer compleet beeld geven van de rechten en plichten van cliënten, mede gelet op de specifieke Bestse praktijk. Voorts zijn ter verduidelijking in de artikelsgewijze toelichting een aantal relevante passages uit de wet en de Memorie van Toelichting bij de wet opgenomen. Opdrachten Wmo 2015 aan de gemeente De nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning kent drie doelen, in plaats van de oude negen prestatievelden: Het bevorderen van sociale samenhang, de mantelzorg, het vrijwilligerswerk en de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld. Het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische, psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving. Het bieden van opvang (maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen en verslavingszorg vallen hieronder). De gemeente moet zorg dragen voor de maatschappelijke ondersteuning en bevordert in dat verband goede toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een handicap en de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen, teneinde te bevorderen dat burgers zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. De gemeente draagt zorg voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen. Voor wat betreft het derde doel, het bieden van opvang (maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen en verslavingszorg vallen hieronder), geldt dat deze onder de verantwoordelijkheid van de centrumgemeente valt. Voor de gemeente Best is dit de gemeente Eindhoven. Dit neemt niet weg dat de gemeente voor cliënten, die aangewezen zijn op opvang, zorg draagt voor een goede afstemming met de gemeente Eindhoven. Wettelijk overgangsrecht In de Wmo 2015 is voor verschillende doelgroepen verschillend overgangsrecht opgenomen. Voor de doelgroep bestaande AWBZ cliënten van wie de indicatie doorloopt tot na 2015 blijft de indicatie nog maximaal 1 jaar van kracht tot 31 december 2015, tenzij de gemeente er in slaagt de cliënt eerder te voorzien van een nieuw, gelijkwaardig arrangement waartegen geen bezwaar en beroep meer openstaat (artikel 8.3). In afwijking van artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het rijk aan het bezwaar en beroep van deze doelgroep een schorsende werking toegekend. Voor de doelgroep die in een beschermde woonvorm verblijft is een overgangsrecht van in ieder geval 5 jaar opgenomen (artikel 8.4). Wanneer de Wmo 2015 op 1 januari 2015 in werking treedt, wordt de huidige Wmo ingetrokken. De Wmo 2015 voorziet niet in een overgangsrecht voor mensen op wie op grond van de Wmo een voorziening is verstrekt. De wet bepaalt dat beschikkingen afgegeven voor 1 januari 2015 hun rechtskracht behouden. De gemeente kan haar beleid echter aanpassen, wanneer de omstandigheden veranderen, mits de gemeente daarbij zorgvuldig en niet te overhaast te werk gaat. Omdat op de huishoudelijke hulp een korting op het budget plaats vindt, is er hierbij sprake van een verandering in de omstandigheden. Hierdoor kan de gemeente de beschikkingen aanpassen. De gemeente moet daarbij altijd rekening houden met de termijnen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn is maximaal een half jaar, nadat de beschikking is afgegeven. Artikelsgewijs Artikelsgewijs

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel