Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 13.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Gennep

1.. Bij de bepaling van de hoogte van het persoonsgebonden budget (pgb) wordt onderscheid gemaakt tussen een pgb bestemd voor professionele ondersteuning en een pgb bestemd voor niet-professionele ondersteuning. 2.. De hoogte van het pgb is mede gebaseerd op een door de cliënt opgesteld bestedingsplan. Hieruit moet in ieder geval blijken dat de met het pgb te bieden ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is, het de goedkoopst compenserende voorziening is en dat de te bieden ondersteuning in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. 3.. Voor zover dit geen onderdeel is van het persoonsgebonden budget voor een zaak, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. Reiskosten worden niet vergoed en vormen daarom geen onderdeel van het persoonsgebonden budget. 4.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen. 5.. Er wordt geen pgb verstrekt om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk, tenzij dit naar het oordeel van het college, gezien alle relevante omstandigheden, de voorkeur verdient. Daarbij is van belang dat het in ieder geval beperkt blijft tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. 6.. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 7.. Het college kan nadere regels stellen over het persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel