Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

- Langdurig laag inkomen en zicht op inkomensverbetering

Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag Noordoostpolder

1.. Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het gemiddelde inkomen per maand niet uitkomt boven de bijstandsnorm en het vermogen niet hoger is dan het bedrag genoemd in artikel 34, derde lid van de wet. 2.. De belanghebbende die gedurende de referteperiode inkomsten heeft die meer bedragen dan de geldende bijstandsnorm heeft recht op een individuele inkomenstoeslag als de inkomsten in de referteperiode niet meer bedragen dan de bijstandsnorm verhoogd met 6 maal de maximale vrijlating van inkomsten als genoemd in artikel 31, tweede lid onderdeel n van de wet. 3.. Niet voor de inkomenstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die gedurende de referteperiode een bijdrage heeft ontvangen op grond van de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS), dan wel de Wet Studiefinanciering (WSF 2000). 4.. Bij de vaststelling van het inkomen wordt een eerder individuele inkomenstoeslag alsmede een voorheen op grond van de wet werk en bijstand verstrekte langdurigheidstoeslag buiten beschouwing gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel