**1..** Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een
parkeervergunning verlenen;
**2..** Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
een vergunning.
**3..** Een vergunning kan worden verleend aan:
Een natuurlijk persoon, wanneer deze volgens de BRP
woonachtig is in een zone;
Een bedrijf, dat gevestigd is en beroep of bedrijf uitoefent
in een zone en aantoont dat het in het belang van de
beroeps- of bedrijfsuitvoering noodzakelijk is in die zone
een motorvoertuig te parkeren;
Een bedrijf dat gevestigd is en/of beroep of bedrijf
uitoefent buiten een zone en aantoont dat het in het belang
van de beroeps- of bedrijfsuitvoering noodzakelijk is een
motorvoertuig te parkeren in een zone;
Een natuurlijk persoon, wanneer deze volgens de BRP
woonachtig is in een zone of een bedrijf dat gevestigd is en
beroep of bedrijf uitoefent in een zone vergunning aanvragen
voor het tijdelijk doen laten parkeren van bezoekers van
vorengenoemde natuurlijke persoon en of bedrijven;
Bewoners en bedrijven die op grond van eenmalige bijzondere
omstandigheden behoefte hebben te parkeren in een gebied
waar een vergunningsplicht van toepassing is;
Bedrijven, gevestigd te Deventer waarvan de kernactiviteit
het verhuren van auto’s is;
**4..** Ten behoeve van huwelijksvoltrekkingen kan een beperkte
dagvergunning worden verleend.
**5..** Wanneer aanvrager eerder in strijd met het bepaalde in artikel 11
Parkeerverordening heeft gehandeld kan de vergunning worden
geweigerd;
**6..** Indien de parkeervergunning is ingetrokken op grond van artikel 7
lid 1 onder aanhef e,f, h en j wordt een aanvraag voor een
parkeervergunning door dezelfde vergunninghouder binnen zes maanden
na intrekking, afgewezen.
**7..** Bewoners- en bedrijvenvergunningen worden alleen verleend voor de
zone waarin de natuurlijke persoon of bedrijf gevestigd is en beroep
of bedrijf uitoefent;
**8..** Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
aan één van de in het derde lid genoemde vereisten;
**9..** Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
betrekking tot de te
gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen
waarop de vergunning van kracht is;
**10..** Het college kan aan een vergunning ook andere voorschriften en
beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen
alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede
verdeling van de beschikbare parkeerruimte;