**1..** Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
vergunning is verleend, daadwerkelijk
verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf
beëindigt;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
vergunning;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
vergunningen komt te vervallen;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
vergunning verbonden voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
onjuiste gegevens zijn verstrekt;
wanneer het college een administratieve fout heeft
gemaakt;
wanneer niet tijdig is betaald;
om redenen van openbaar belang;
wanneer in strijd met het bepaalde in artikel 11 vigerende
Parkeerverordening wordt gehandeld.
**2..** Intrekking van een parkeervergunning op grond van lid 1 aanhef onder
a,b,c,e,f,h,i en j geschiedt terstond. De intrekking van een
parkeervergunning op grond van lid 1 aanhef onder g geschiedt met
een termijn van drie maanden.