Naar hoofdinhoud

Afdeling II

Artikel 7.

Vergunning intrekken of wijzigen

Onderdeel van Parkeerverordening 2015

1.. Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen: op verzoek van de vergunninghouder; wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is verleend, daadwerkelijk verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt; wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen; wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; wanneer het college een administratieve fout heeft gemaakt; wanneer niet tijdig is betaald; om redenen van openbaar belang; wanneer in strijd met het bepaalde in artikel 11 vigerende Parkeerverordening wordt gehandeld. 2.. Intrekking van een parkeervergunning op grond van lid 1 aanhef onder a,b,c,e,f,h,i en j geschiedt terstond. De intrekking van een parkeervergunning op grond van lid 1 aanhef onder g geschiedt met een termijn van drie maanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel