Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 4.5

Aanvullende regels voor pgb

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Tilburg 2015

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. 2.. Het college kent in aanvulling op artikel 4.2 een pgb toe als in het gesprek zoals bedoeld in artikel 2.6 en op basis van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.2, is vastgesteld dat: a.. de ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen, en in staat zijn te achten om de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren, b.. de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten; c.. gewaarborgd is dat de voorziening die met het pgb betaald wordt, van goede kwaliteit is. 3.. Het college kan een pgb weigeren: a.. indien aan de jeugdige of zijn ouders in de afgelopen drie jaren, voorafgaand aan de datum van het gesprek, een pgb is verleend en waarbij door de jeugdige of zijn ouders niet is voldaan aan de voorwaarden van het pgb; b.. als het bieden van een keuze voor het pgb negatieve gevolgen zou hebben voor het voortbestaan van het systeem van de desbetreffende individuele voorzieningen in natura; c.. voor zover dit is bedoeld voor begeleidings- of administratiekosten in verband met het pgb. 4.. Het college kent een pgb voor niet professionele zorg vanuit het sociale netwerk alleen toe: a.. voor diensten zoals genoemd in artikel 4.1 tweede lid, sub a, onderdeel i en ii; b.. als de dienstverlener voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria indien en voorzover die van toepassing zijn op de te verlenen zorg of ondersteuning; c.. deze persoon niet heeft aangegeven dat de zorg aan de jeugdige of zijn ouders leidt tot overbelasting. 5.. De hoogte van een pgb voor ondersteuning in de vorm van dienstverlening uit het sociale netwerk, bedraagt maximaal een door het college vast te stellen percentage van de kostprijs van de individuele voorziening in natura. 6.. Het pgb bedraagt maximaal de kosten van de individuele voorziening in natura. 7.. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de criteria als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid en de wijze van het vaststellen van de hoogte van het budget als bedoeld in het vijfde en zesde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel