1.Het college is bevoegd om met inachtneming van het bepaalde in deze verordening een starterslening toe te kennen.
2.Het college stelt de hoogte van de starterslening vast, met dien verstande dat de hoogte van de starterslening maximaal 20% bedraagt van de verwervingskosten met een maximum van
€ 30.000,-.
3.De starterslening kan niet worden verstrekt indien een bijdrage op grond van de startersrenteregeling of een andere ondersteuningsregeling voor het verwerven van eigen woningen is toegekend.
4.De starterslening moet worden verstrekt met Nationale Hypotheek Garantie (NHG).
5.De eerste hypotheek moet worden verstrekt met NHG.
6.Het college kan aan de toekenning van startersleningen nadere voorschriften verbinden.