Naar hoofdinhoud
1.. Het verschuldigde parkeergeld dient, voordat de parkeerder met zijn voertuig de parkeeraccommodatie verlaat, te worden voldaan. 2.. De eigenaar is te allen tijde gerechtigd het voertuig onder zich te houden, zolang niet al hetgeen hij – hetzij op grond van de parkeerovereenkomst hetzij uit andere hoofde van de parkeerder – te vorderen, is voldaan. 3.. Indien de parkeerder geen parkeerbewijs kan tonen, is hij voor elke dag of gedeelte daarvan, waarop hij naar het uitsluitend oordeel van de eigenaar gebruik heeft gemaakt van de parkeeraccommodatie, het tarief voor een volledig etmaal verschuldigd. 4.. Indien de parkeerder geen parkeerbewijs kan toenen, is hij minimaal het drievoudige van een dagtarief schuldig, tenzij hij kan aantonen dat hij korter dan drie dagen heeft geparkeerd. 5.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet het parkeertarief worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang voor het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur wordt gedaan door via een telefoon of internet in te loggen op de centrale computer van een bedrijf c.q. bedrijven waarmee de gemeente Zwolle een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon en/of internet.

Rechtspraak bij dit artikel