Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 7.

Gedragingen Bbz, IOAW en IOAZ

Onderdeel van Verordening afstemming Participatiewet, Bbz, IOAW, IOAZ gemeente Buren

Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of één van de verplichtingen op grond artikel 2 Bbz 2004, artikel 37 en artikel 38, van de IOAW of artikel 37 en artikel 38, van de IOAZ, niet of onvoldoende worden nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV Werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie. Tweede categorie: het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 36, lid 1, artikel 37, lid 1, onderdeel e, van de IOAW / van de IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 37, lid 1, onderdeel e, van de IOAW / van de IOAZ, niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 38, lid 1, van de IOAW / van de IOAZ. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen, als bedoeld in artikel 37, lid 1, onderdeel f, van de IOAW / van de IOAZ. het niet dan wel niet tijdig voldoen aan artikel 2, lid 3, onderdeel b, van de Bbz 2004. Derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen. het niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder a of b, van de IOAW of artikel 20, lid 1, onder a of b, van de IOAZ. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 36, lid 1, en artikel 37, lid 1, onderdeel 2, van de IOAW / van de IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel