De volgende doelgroepen kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming in de
kosten van kinderopvang:
Een WWB, WIJ, IOAW, IOAZ-gerechtigde ouder die gebruik maakt van een
voorziening gericht op arbeidsinschakeling;
Een ANW-gerechtigde ouder die gebruik maakt van een voorziening gericht op
arbeidsinschakeling;
Een WWIK-gerechtigde ouder;
Een ouder die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en die een
opleiding volgt en bijstand ontvangt of kan ontvangen;
Een niet-uitkeringsgerechtigde ouder die als werkzoekende staat ingeschreven
bij UWV Werkbedrijf en gebruik maakt van een voorziening gericht op
arbeidsinschakeling;
Een ouder die een inburgeringsvoorziening als bedoeld in de Wi, niet zijnde
een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, volgt;
Een ouder die student is en staat ingeschreven bij een school of instelling
als bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 WTOS of artikel 2.8 t/m 2.11 WSF;
Een WWB-, of WIJ-gerechtigde ouder die een deeltijdbaan heeft;
Indien de ouder een partner heeft dient deze:
eveneens aan de criteria als genoemd in lid 1 te voldoen, of:
b WW-gerechtigd te zijn of als arbeidsgehandicapt te zijn aangemerkt en een
reïntegratietraject van UWV Werkbedrijf te volgen, danwel:
arbeid in dienstbetrekking te verrichten waaruit inkomen wordt genoten.
Indien de ouder een partner heeft die niet voldoet aan het gestelde in lid
2, bestaat geen recht op een tegemoetkoming in de kosten van
kinderopvang.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Gemeentelijke doelgroepen
Onderdeel van Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang