Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.3

Opschorting en herziening

Onderdeel van Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang

Indien het college het ernstige vermoeden heeft dat er grond bestaat om de beschikking tot verlening van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5.4 in te trekken of te wijzigen kan het college de verlening van de tegemoetkoming opschorten. Deze opschorting duurt tot en met de dag waarop de beschikking omtrent de intrekking of de wijziging is bekendgemaakt of op de dag waarop sedert de kennisgeving van de opschorting dertien weken zijn verstreken. Het college trekt de beschikking tot verlening van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5.4 in of wijzigt deze ten nadele van de ouder, indien: de kinderopvang niet plaatsvindt of niet zal plaatsvinden; de ouder en/of de partner niet voldoet aan de verplichtingen; de ouder en/of de partner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van de tegemoetkoming zou hebben geleid; de verlening van de tegemoetkoming anderszins onjuist was en de ouder en/of de partner dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de tegemoetkoming is verleend, tenzij bij de intrekking of de wijziging anders is bepaald. Het college trekt de beschikking tot definitieve vaststelling van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 6.2. in of wijzigt deze ten nadele van de ouder, indien: de ouder en/of de partner na de definitieve vaststelling niet voldoet aan de verplichtingen; er sprake is van feiten of omstandigheden waarvan het college bij de defintieve vaststelling van de tegemoetkoming redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de tegemoetkoming lager dan overeenkomstig de verlening van de tegemoetkoming zou zijn vastgesteld; de definitieve vaststelling onjuist was en de ouder en/of de partner dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel