Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 10

Horen van belanghebbende

Onderdeel van Verordening Afstemmingsbeleid IOAW

Voordat een verlaging wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Het horen van de belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien: de vereiste spoed zich daartegen verzet; de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde aan wie het college met toepassing van artikel 34, lid 3 IOAW werkzaamheden heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 13, lid 1 van de IOAW; het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel