De gedragingen bedoeld in artikel 20, lid 1 van de IOAW worden als
volgt onderscheiden:
het krijgen van ontslag door eigen toedoen, waarbij
belanghebbende een verwijt kan worden gemaakt.
het zelf nemen van ontslag, waarbij geconstateerd wordt dat
voortzetting van de dienstbetrekking mogelijk was geweest en dat
dit redelijkerwijs van belanghebbende had mogen worden
gevergd.
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.
het verrichten van te weinig acties richting de arbeidsmarkt,
waardoor door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid
wordt verkregen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3
Gedragingen die leiden tot blijvend of tijdelijk weigeren van de uitkering
Onderdeel van Verordening Afstemmingsbeleid IOAW