De gedragingen bedoeld in artikel 20, lid 1 van de IOAW worden als volgt onderscheiden:
- - het krijgen van ontslag door eigen toedoen, waarbij belanghebbende een verwijt kan worden gemaakt.
- - het zelf nemen van ontslag, waarbij geconstateerd wordt dat voortzetting van de dienstbetrekking mogelijk was geweest en dat dit redelijkerwijs van belanghebbende had mogen worden gevergd.
- - het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.
- - het verrichten van te weinig acties richting de arbeidsmarkt, waardoor door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid wordt verkregen.