De gedragingen bedoeld in artikel 20, lid 2 van de IOAW worden
onderscheiden in de volgende categorieën:
Hoofdstuk
eerste categorie:
het zich niet als werkzoekende doen inschrijven bij UWV Werkbedrijf,
dan wel de inschrijving niet of niet tijdig doen verlengen;
het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie die van
belang is voor de arbeidsinschakeling of het recht op uitkering hetgeen
niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
verlenen van uitkering;
het niet verstrekken van een geldig identificatiebewijs;
tweede categorie:
het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van
informatie die van belang is voor de arbeidsinschakeling
of het recht op uitkering hetgeen heeft geleid tot het
ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van
uitkering tot een bedrag van € 2.000,00 netto;
het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek
naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
het niet verlenen van medewerking die redelijkerwijs nodig is
voor de uitvoering van de IOAW;
derde categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te
verkrijgen;
het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie
die van belang is voor de arbeidsinschakeling of het recht op
hetgeen heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog
bedrag verlenen van uitkering tot een bedrag van € 4.000,00 netto;
het geen gebruik maken van een door het college aangeboden
voorziening, waaronder sociale activering, gericht op
arbeidsinschakeling;
4. vierde categorie:
het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie
die van belang is voor de arbeidsinschakeling of het recht op
uitkering hetgeen heeft geleid tot het ten onrechte of tot een
te hoog bedrag verlenen van uitkering tot een bedrag tussen €
4.000,00 en € 10.000,00 netto.
Hoofdstuk 3.
Artikel 5
Categorieën van verwijtbare gedragingen
Onderdeel van Verordening Afstemmingsbeleid IOAW