De gedragingen bedoeld in artikel 18, lid 2 van de WWB worden
onderscheiden in de volgende categorieën:
Hoofdstuk
eerste categorie:
het zich niet als werkzoekende doen inschrijven bij het
Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), dan wel de
inschrijving niet of niet tijdig doen verlengen;
het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie die van
belang is voor de arbeidsinschakeling of het recht op bijstand hetgeen
niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
verlenen van bijstand;
het niet verstrekken van een geldig identificatiebewijs;
het niet meewerken aan het in zijn naam doen van noodzakelijke
betalingen;
het niet meewerken aan schuldhulpverlening.
tweede categorie:
het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van
informatie die van belang is voor de arbeidsinschakeling
of het recht op bijstand hetgeen heeft geleid tot het
ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van
bijstand tot een bedrag van € 2.000,00 netto;
het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek
naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
het niet verlenen van medewerking die redelijkerwijs nodig is
voor de uitvoering van de WWB;
het niet ten behoeve van de kinderen en zichzelf verzoeken van
alimentatie en er voor zorgen dat de inning tot uitvoer wordt
gebracht;
het zich niet houden aan de verplichtingen die verband houden
met aard en doel van een bepaalde vorm van bijstand;
het zich niet houden aan de verplichtingen die strekken tot
vermindering of beëindiging van de bijstand;
het zich niet houden aan de verplichtingen om zich te
onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische
aard.
derde categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te
verkrijgen;
het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie
die van belang is voor de arbeidsinschakeling of het recht op
bijstand hetgeen heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te
hoog bedrag verlenen van bijstand tot een bedrag tussen € 2.000,00 en € 4.000,00 netto;
het geen gebruik maken van een door het college aangeboden
voorziening, waaronder sociale activering, gericht op
arbeidsinschakeling;
het niet of niet volledig een beroep doen op een voorliggende
voorziening;
het vervreemden van vermogen;
het zich zeer ernstig misdragen jegens het college of zijn
ambtenaren.
vierde categorie:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van arbeid in
dienstbetrekking;
het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie
die van belang is voor de arbeidsinschakeling of het recht op
bijstand hetgeen heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te
hoog bedrag verlenen van bijstand tot een bedrag tussen €
4.000,00 en € 10.000,00 netto.
categorie bijzondere bijstand:
het betonen van tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3
Categorieën van verwijtbare gedragingen
Onderdeel van Verordening afstemmingsbeleid WWB en WIJ