Naar hoofdinhoud
1.. De consulent Leerplicht/RMC besluit namens het college over aanvragen tot het toestaan van vervangende leerplicht, als bedoeld in de artikelen 3a en 3b van de wet. 2.. Blijkt aan de consulent Leerplicht/RMC dat een jongere vermoedelijk in de omstandigheden verkeert als bedoeld in artikel 3a dan wel 3b van de wet, dan draagt de consulent Leerplicht/RMC er zorg voor dat de noodzakelijke gesprekken met betrekking tot het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de praktijktijd (artikel 3a) dan wel arbeid van lichte aard (artikel 3b) 10 dagen worden gevoerd. 3.. De consulent Leerplicht/RMC draagt er zorg voor dat: de afspraken die in de gesprekken worden gemaakt schriftelijk worden vastgelegd en in het leerlingdossier worden opgenomen. degenen die betrokken zijn bij het ontwerpen van het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de inrichting van de praktijktijd dan wel de arbeid van lichte aard tijdig over de gemaakte afspraken worden geïnformeerd. het programma op voor hen begrijpelijke wijze aan de ouders en de jongere wordt uitgelegd dat de ouders het verzoek tot het toestaan van vervangende leerplicht ondertekenen en indienen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel