Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9.2

Benoeming stadsbouwmeester

Onderdeel van Bouwverordening 2010

1.. Het Oversticht stelt de gemeente een kandidaat stadsbouwmeester en een plaatsvervangend kandidaat voor. 2.. De gemeenteraad mandateert de feitelijke benoeming van de stadsbouwmeester en zijn plaatsvervanger aan het college van burgemeester en wethouders. 3.. De stadsbouwmeester of diens plaatsvervanger, die gedurende twee achtereenvolgende periodes van maximaal 3 jaar benoemd is, kan voor een periode van 2 jaar niet voor herbenoeming in aanmerking komen. 4.. Bij verhindering neemt de plaatsvervangend stadsbouwmeester de stadsbouwmeester waar en zijn de bepalingen in dit ‘Reglement van orde welstandsadvisering gemeente Dinkelland’ van overeenkomstige toepassing. 5.. De stadsbouwmeester is onafhankelijk van lokale politiek, het gemeentelijk bestuur, de ambtelijke organisatie en van belanghebbende partijen bij de te bespreken plannen. 6.. Leden van de gemeenteraad, burgemeester, wethouders en medewerkers in dienst van de gemeente Dinkelland kunnen niet tot stadsbouwmeester worden benoemd.

Rechtspraak bij dit artikel