Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Verzuimboete toeristenbelasting

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boeten gemeentelijke belastingen

1.. Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte, wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede, derde en volgend verzuim voor de belasting als bedoeld in artikel 2 van de ‘Verordeningen Water- en Toeristenbelasting’ 2.. Van een tweede respectievelijk derde en volgend verzuim is sprake indien belanghebbende over de voorafgaande vijf belastingjaren éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest. In geval van een eerste verzuim bedraagt de verzuimboete 5% van de boete die ten hoogste kan worden opgelegd. In geval van een tweede verzuim bedraagt de verzuimboete 10 % van de boete die ten hoogste kan worden opgelegd. Bij elk volgend verzuim wordt deze boete jaarlijks verhoogd met 20 % van de boete die ten hoogste kan worden opgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel