De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
1.
door degenen die verblijf houden aan boord van een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;
2.
waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting;
3.
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die recht-matig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Artikel 4
- Vrijstellingen
Onderdeel van verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2015