Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 22

Spreekrecht

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2014

1.. Insprekers kunnen in een commissievergadering gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen. De agendacommissie beslist tijdens welke commissievergadering het woord gevoerd kan worden over niet-geagendeerde onderwerpen. 2.. Inspreken kan niet over: een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur; schriftelijke mededelingen van het college aan de raad; een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure loopt of heeft gelopen; benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen; een klacht tegen het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht; de ingekomen stukken. 3.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam en contactgegevens, en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. 4.. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de totale spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de totale spreektijd. 6.. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en de deelnemers van de vergadering. 7.. De commissievoorzitter is bevoegd de inspreker het woord te ontnemen indien de inspreker spreekt over onderwerpen genoemd in lid 2. 8.. De commissievoorzitter kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel