**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon en/of RTP-card inloggen op de centrale computer.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**4..** In afwijking van het derde lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn. De termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
**5..** Ten aanzien van het tweede lid is het “Incassoreglement 2015” van toepassing, zoals door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld of zoals deze laatstelijk is gewijzigd.
**6..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
**7..** De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2015