Het college ziet af van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of
de gedraging meer dan een jaar voor constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden.
Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Van verlaging van de uitkering van de niet geüniformeerde gedragingen zoals genoemd in hoofdstuk 2 kan het college afzien en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing indien de gedraging niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
Hoofdstuk
Artikel 4.
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Uithoorn 2015