Lid 1.
Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en voor andere momenten waarop iets genuttigd wordt, alsmede uit de noodzakelijke bereiding hiervan, evenals uit het voorzien zijn van toilet- en schoonmaakartikelen.
Lid 2.
Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het doen van boodschappen, voor zover het betreft levensmiddelen, schoonmaak- en toiletartikelen, alsmede het bereiden en aanreiken van maaltijden.
Lid 3.
Naast de in artikel 9 lid 3 bedoelde situatie, wordt eveneens eerst bezien of en in hoeverre de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat.
Lid 4.
Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, wordt ter zake geen individuele voorziening verstrekt, althans niet verdergaand dan nog nodig blijkt.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 2.
Artikel 11.
Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Ermelo 2014