Lid 1.
Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend en – voor zover relevant in verband met de eventuele toepasselijkheid van gebruikelijke zorg – de huisgenoten van de belanghebbende:
op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen;
op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken.
Lid 2.
De in het vorige lid bedoelde personen zijn verplicht aan het college of de door het college aangewezen deskundige die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
Lid 3.
Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies, indien:
het gaat om een aanvraag van een persoon die wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 3 heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van de voorziening kunnen beïnvloeden;
het college dat anderszins gewenst acht.
Lid 4.
De aanvrager kan desgewenst een verzoek doen voor een zogenaamde ‘second opinion’, uit te voeren op kosten van de aanvrager. Indien het college een dergelijk verzoek gewenst acht, zal het hieraan medewerking verlenen.
Hoofdstuk 7.
Artikel 25.
Advisering
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Ermelo 2014