Lid 1.
Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten, alsmede de voor het bereiken hiervan noodzakelijke ruimten.
Lid 2.
Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware huishoudelijke werk.
Lid 3.
Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die mogelijk in staat zijn de huishoudelijke werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Voor zover deze mogelijkheden daadwerkelijk aanwezig blijken, wordt geen individuele voorziening verstrekt, althans niet verdergaand dan met inachtneming van gebruikelijke zorg nog noodzakelijk is.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 2.
Artikel 9.
Een schoon en leefbaar huis
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Ermelo 2014