Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening precariobelasting 2015

De belasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: a.voorwerpen, onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, waarvan de aanwezigheid krachtens wettelijk voorschrift of anderszins moet worden gedoogd; b.voorwerpen, onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, waarvoor uit andere hoofde betaling aan de gemeente moet geschieden; c.wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B. en van andere overeenkomstige instellingen; d.naamborden en naamplaten aan de gevel, waarvan de grootste afmeting niet meer bedraagt dan 0,5 (strekkende dan wel vierkante) meter en waarop niet méér vermeld staat dan de naam van de bewoner en het uitgeoefende beroep of bedrijf; bouwkundige luifels; rijwielrekken; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; voorwerpen ten behoeve kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten met minder dan 350 bezoekers voorwerpen, onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, die daar gehouden worden in verband met een evenement dat wordt aangevraagd door een persoon of organisatie die van de gemeente hiervoor structureel subsidie volgens artikel 4:21, 1e lid Awb ontvangt; voorwerpen, onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, die daar gehouden worden in verband met een evenement dat uitsluitend ten doel heeft het inzamelen van geld ten behoeve van een algemeen nutbeogende instelling (ANBI).

Rechtspraak bij dit artikel