Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.

Artikel 17.

Spreekrecht

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad 2014

1.. Aanwezigen, niet zijnde raadsleden, kunnen het woord voeren over onderwerpen die al dan niet op de agenda staan, met uitzondering van de agendapunten betreffende het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, opening, vragenkwartier, vaststellen agenda en besluitenlijsten vorige vergaderingen. 2.. Degene die wil inspreken over een onderwerp dat niet op de agenda staat, dient aan te geven namens wie en met welk doel hij inspreekt. 3.. Direct na opening van de vergadering kunnen insprekers gedurende ten hoogste tien minuten het woord voeren over een onderwerp dat niet is geagendeerd. De raad kan direct reageren. Een onderwerp kan op deze wijze maximaal twee maal per jaar aan de orde komen. 4.. Insprekers die het woord willen voeren over een voorstel, krijgen hiervoor een eerste termijn van maximaal vijf minuten voorafgaande aan de behandeling van het betreffende agendapunt. Na het inspreken is er gelegenheid voor de leden van de raad om ter verduidelijking vragen te stellen aan de inspreker. De inspreker kan in tweede termijn reageren op het besprokene in de raadsvergadering. 5.. Personen die willen inspreken, melden dit uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffier. 6.. De raad kan degene die naar zijn oordeel misbruik maakt van de in het eerste lid omschreven spreekgelegenheid, voor een door hem te bepalen tijd het recht ontzeggen van deze gelegenheid gebruik te maken.

Rechtspraak bij dit artikel