Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 37.

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad 2014

1.. Ieder lid kan aan de voorzitter, de burgemeester of aan het college van burgemeester en wethouders schriftelijk vragen stellen. 2.. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. Bij de vragen wordt duidelijk aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 3.. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college en/of de burgemeester worden gebracht. 4.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, doch in ieder geval binnen vier weken nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij de termijn wordt vermeld waarbinnen beantwoording alsnog zal plaatsvinden. Op dit bericht zijn de leden 5 en 6 van dit artikel van overeenkomstige toepassing. 5.. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden. 6.. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen over het door de voorzitter, de burgemeester of door het college van burgemeester en wethouders gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Rechtspraak bij dit artikel