Naar hoofdinhoud
1.. Het college ziet af van een verlaging als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. 2.. Het college ziet af van een verlaging indien de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden. 3.. Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 4.. Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. 5.. Het college kan volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, uitgezonderd de geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot arbeidsinschakeling als bedoeld in 18 lid 4 Participatiewet, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van één jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven. 6.. Met een besluit waarbij een verlaging is opgelegd, wordt gelijkgesteld: het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen; het besluit tot het geven van een schriftelijke waarschuwing.

Rechtspraak bij dit artikel