**1..** Het havengeld wordt geheven van de gezagvoerder, de reder, schipper, de kapitein, de eigenaar van het vaartuig, degene aan wie het vaartuig in gebruik is gegeven, degene die het vaartuig heeft gecharterd dan wel degene die als vertegenwoordiger voor een van de genoemde partijen optreedt.
**2..** Het kadegeld wordt geheven van degene, aan wie een kade-, oever-, of steigergedeelte als opslagplaats is toegewezen, of van degene, die of op wiens last de voor het opslaan, laden of lossen van goederen en voorwerpen als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, benodigde ruimte in gebruik heeft genomen.
Artikel 4 Wijze van heffing en tijdstip van verschuldigdheid
De rechten worden geheven bij wege van een door of namens het college gedane mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.
Het recht als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd zodra het gebruik van de haven aanvangt.
Het recht als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van het gebruik van de kade, werken of inrichtingen.
Artikel 5 Termijnen van betaling
1.De rechten moeten worden betaald in geval de kennisgeving als bedoeld in artikel 4 mondeling wordt gedaan; op het moment van het doen van de kennisgeving;
in geval de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving.
2.Indien de rechten niet op het in het eerste lid genoemde tijdstip kunnen worden vastgesteld moeten deze, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden betaald in één termijn binnen dertig dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving, nota of andere schriftuur.