Voor de organisatie van de brandweer zijn twee situaties van belang: de zogenaamde koude en warme organisatie. De koude organisatie is de wijze waarop het organisatieonderdeel brandweer gestructureerd is tijdens de voorbereidende, niet-operationele werkzaamheden: oefenen, preventieve werkzaamheden. De warme organisatie is de wijze waarop de brandweer georganiseerd is tijdens de incidentbestrijding.
De koude organisatie
De commandant brandweer is het hoofd van het organisatieonderdeel brandweer. Voorheen draaide de gehele koude brandweerorganisatie op de inzet van vrijwilligers. Het onderhoud van het materieel en de voorbereiding van de oefenavonden was geheel afhankelijk van de tijd die de vrijwilligers naast hun hoofdberoep vrij konden maken voor de brandweer.
De vorige beleidsperiode is de beroepsondersteuning van de brandweer uitgebreid met 2,5 fte. Dit betekent dat de organisatie minder kwetsbaar is geworden en dat er een betere functionele scheiding kan worden aangebracht tussen de warme en de koude situatie. Momenteel bestaat het onderdeel Brandweer dan ook uit de volgende functionarissen:
Functie
Formatie
Taken
Commandant
1,0 fte
Verantwoordelijk voor de brandweerorganisatie, heeft de dagelijkse leiding, beleid veiligheidsketen
Preparatiemedewerker
1,5 fte
beheer en onderhoud brandweermaterieel en -materiaal, waterwinning en aanrijroutes, beheer van de contacten met leveranciers, ondersteuning bij oefening, preventiecontroles en voorlichting
Oefencoördinator
1,0 fte
Implementatie oefenbeleidsplan, implementatie Leidraad Oefenen, aansturing preventiecontroles en voorlichting
Secretariële ondersteuning
0,22 fte
administratie met betrekking tot brand -en hulpverleningsrapporten, correspondentie korpsleden, voorbereiding uitbetaling vergoedingen
Voornemen is om vooral taken uit de eerste schakels van de Veiligheidsketen (deels) te regionaliseren. In het kader van het kabinetsstandpunt inzake regionalisering van de brandweer worden momenteel plannen ontwikkeld om de commandanten en officieren van dienst in regionale dienst te nemen. De exacte invulling van de regelingen is nog niet bekend. De ontwikkelrichtingen worden door het brandweerpersoneel veelal als ingrijpend ervaren. In de Hulpverleningsregio Zuidoost-Brabant wordt middels het project ´Veiligheid Op Maat´ vormgegeven aan de regionalisering. In de beleidsperiode wordt meer duidelijkheid verwacht op dit terrein.
Voor de werkzaamheden van de commandant in de koude organisatie is geen directe plaatsvervanger voorhanden. Het afdelingshoofd Veiligheid en Handhaving zorgt bij afwezigheid van de commandant voor de continuïteit van de (bedrijfs-)processen; de ondercommandanten vertegenwoordigen het korps richting de gemeente. In 2007 gaan beide ondercommandanten met FLO. Ze worden opgevolgd door een posthoofd per post. De organisatiestructuur van de Brandweer Bladel ziet er dan als volgt uit:
De warme organisatie
Een brandweereenheid (een tankautospuit) staat onder het bevel van een bevelvoerder. Wanneer bij een incident meerdere voertuigen nodig zijn dan wordt eveneens een Officier van Dienst gealarmeerd. Deze neemt de leiding over de gehele inzet op zich. Bladel heeft een piketregeling met meerdere gemeenten, waardoor gegarandeerd kan worden dat zeven dagen per week vierentwintig uur per dag een OvD binnen vijftien minuten ter plaatse kan zijn. Een OvD fungeert daarbij als operationeel leidinggevende. Hij legt achteraf verantwoording af aan de commandant die de eindverantwoordelijkheid voor de inzet draagt. De burgemeester heeft het opperbevel. In schema:
Hoofdstuk
Artikel Organisatie Brandweer
Artikel Organisatie Brandweer
Onderdeel van Brandweerbeleidsplan 2007-2010