**1..** Het Dagelijks Bestuur biedt aan klanten ondersteuning bij
participatie voor zover deze ondersteuning door het Dagelijks
Bestuur voor de participatie noodzakelijk wordt geacht. Deze kan
onder andere bestaan uit:
werkstage;
sociale activering;
detacheringsbaan;
scholing;
participatieplaats;
beschut werk;
ondersteuning bij leer-werk traject;
persoonlijke ondersteuning;
no-risk polis;
loonkostensubsidie;
uitstroompremie.
**2..** Het Dagelijks Bestuur maakt een afweging van de individuele
mogelijkheden en capaciteiten van een klant, teneinde de
ondersteuning van klanten zodanig vorm te kunnen geven dat de
beoogde mate van participatie zo doelmatig mogelijk wordt
gerealiseerd en stelt terzake beleid vast.
**3..** Het Dagelijks Bestuur kan bij het bepalen van de wijze waarop de
ondersteuning wordt vormgegeven, prioriteiten stellen in verband met
de beschikbare financiële middelen en de maatschappelijke,
economische en conjuncturele ontwikkelingen.
**4..** Bij de toepassing van het tweede lid besteedt het Dagelijks Bestuur
in ieder geval aandacht aan de afstand tot de arbeidsmarkt, de
omstandigheden en functionele beperkingen van een klant. De
omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die
klant en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep
loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk.
**5..** Onder zorgtaken, als bedoeld in het vorige lid, worden in ieder
geval verstaan:
de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar,
en
de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.
**6..** Het Dagelijks Bestuur kan een voorziening beëindigen als:
de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet,
de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de
artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet
nakomt;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer
behoort tot de doelgroep;
de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen
geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt
gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening,
tenzij het een persoon betreft als bedoeld in artikel 7,
eerste lid, onderdeel a, onder 2, van de wet;
naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur de voorziening
onvoldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling;
de voorziening naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur
niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van
de voorziening;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar
behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer
voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden
gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
**7..** Het Dagelijks Bestuur kan, in aanvulling op de verplichtingen die
zijn verbonden aan de inkomensvoorziening waar een klant aanspraak
op maakt, nadere verplichtingen verbinden aan het besluit tot het
aanbieden van een voorziening.
**8..** Het Dagelijks Bestuur doet een klant een aanbod voor ondersteuning
bij participatie dat in overeenstemming is met de bepalingen van
deze verordening en de op deze verordening gebaseerde
beleidsregels.
**9..** Een klant heeft geen recht op ondersteuning als er een voorliggende
voorziening voorhanden is die naar het oordeel van het Dagelijks
Bestuur voldoende bijdraagt aan het behalen van de voor de klant
hoogst haalbare participatietrede.
**10..** De voorzieningen ter ondersteuning van de klant worden door het
Dagelijks Bestuur vastgelegd in beleidsregels.