De belasting als bedoeld in artikel 3 wordt geheven naar een vast bedrag per perceel en indien meer dan 1.000 m³ water is afgevoerd voor het meerdere naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel is afgevoerd.
Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend
Voor percelen waar water wordt gezuiverd dat afkomstig is van andere percelen en waarvan het effluent wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering, wordt het in het tweede lid bepaalde aantal kubieke meters water vermeerderd met het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in het laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar de percelen waarvan het water afkomstig is, is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
De op basis van het tweede en derde lid bepaalde hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
door een erkend installateur aangebrachte watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of
door een erkend installateur aangebrachte bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
Voor nieuwe gebruikers wordt, afhankelijk van het gebruik van het perceel, zolang geen gegevens als bedoeld in het tweede en derde lid bekend zijn, het aantal kubieke meters water gesteld op het aantal kubieke meters dat in de verbruiksperiode die eindigt in het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd of opgepompt.
Voor toepassing van het eerste lid wordt een gedeelte van een eenheid buiten beschouwing gelaten.
Het aantal m³ water dat in het belastingjaar wordt afgevoerd wordt geacht minder dan 1.001 m³ te belopen, indien dit blijkt uit ervaringscijfers betreffende maximaal twee aan het belastingjaar voorafgaande belastingjaren. Daarbij zijn de meest recente gegevens van doorslaggevende betekenis.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015