Naar hoofdinhoud
1.. Er mag alleen worden begraven als vooraf het ‘verlof tot begraven’ is overhandigd aan de beheerder. 2.. Indien het begraven of het bezorgen van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overhandigd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die de uitvaart verzorgt. 3.. Begraven of bijzetten in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de dan resterende termijn van uitgifte ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 17, tweede lid. 4.. De in lid 3 bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op hele jaren. 5.. De beheerder onderzoekt de geldigheid van de overhandigde stukken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel