Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 16

Bijdrage in de kosten

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2015

1.. Zolang een cliënt van de voorziening voor zelfredzaamheid en participatie gebruik maakt, is hij een bijdrage in de kosten verschuldigd: voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, overeenkomstig het bepaalde in de leden 2 en 3 en, voor een maatwerkvoorziening (zorg in natura dan wel persoonsgebonden budget), overeenkomstig het bepaalde in lid 4. 2.. Een cliënt is voor algemene voorzieningen voor zelfredzaamheid en participatie de volgende eigen bijdragen verschuldigd: voor hulp bij het huishouden: € 40,- per periode van 4 weken dan wel een evenredig bedrag indien de periode korter is dan 4 weken; voor de Landgraafbus: € 1,- per rit. Daarnaast dient de gebruiker lid te zijn van de Vereniging Bijzonder Vervoer. De contributie bedraagt € 1,75 per maand; voor dagbesteding met laag intensieve ondersteuning: € 3,- per dagdeel. 3.. De draagkrachtberekening in het kader van de algemene voorzieningen voor zelfredzaamheid en participatie wordt uitgevoerd door ISD BOL overeenkomstig de “Uitvoeringsregels individuele bijzondere bijstand ISD BOL 2017”; daarbij wordt vastgesteld of de cliënt de eigen bijdrage in het kader van de algemene voorziening kan betalen. Indien de cliënt geen eigen bijdrage kan betalen, zal worden bezien of cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. 4.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid en participatie is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd. 5.. Voor de algemene voorziening opvang, waarbij alle kosten voor bed, bad, brood en begeleiding voor rekening zijn van de organisatie die de opvang biedt, geldt per maand een door de cliënt te betalen bijdrage, die gelijk is aan het verschil tussen de uitkering op grond van de Participatiewet, die voor cliënt geldt of zou gelden en de in die wet benoemde “normen in inrichting”. 6.. Voor de algemene voorziening opvang, waarbij de kosten voor bad en brood voor rekening van de cliënt komen, geldt per maand een door de cliënt te betalen bijdrage, die gelijk is aan het verschil tussen het inkomen van de cliënt en de in de Participatiewet benoemde “normen in inrichting”, verminderd met een bedrag van € 300,00.

Rechtspraak bij dit artikel