**1..** De colleges en burgemeesters kunnen uit de regeling treden na verkregen toestemming van hun gemeenteraad met inachtneming van een opzegtermijn van twee kalenderjaren.
**2..** Het uittreden van een van de colleges of burgemeesters leidt tot opheffing van de regeling, tenzij er meer dan één gemeente na uittreding overblijft. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding.
**3..** Op voorstel van het algemeen bestuur kunnen de colleges en burgemeesters van de gemeenten besluiten tot opheffing van de regeling.
**4..** De uittredende gemeente is een schadeloosstelling verschuldigd. Deze wordt vastgesteld door een commissie van een drietal onafhankelijke deskundigen welke wordt aangewezen door het algemeen bestuur. De schadeloosstelling bedraagt in ieder geval het aandeel in de oprichtingskosten, frictiekosten en investeringen van de uittredende partij. De uittredende partij betaalt tevens alle kosten die uittreding met zich mee brengt.
**5..** Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op om tot opheffing van de SEDorganisatie te komen.
**6..** Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor de ambtenaar. Indien de SEDorganisatie alle op haar rustende verplichtingen is nagekomen en een batig saldo resteert, dan wordt dit batig saldo aan de hand van de gehanteerde verdeelsleutel aan gemeenten uitgekeerd. Resteert een negatief saldo, dan zijn gemeenten naar rato van de gehanteerde verdeelsleutel gehouden deze verplichtingen op zich te nemen.
**7..** Bij ontbinding van de SEDorganisatie in verband met opheffing van de regeling of anderszins blijft de SEDorganisatie voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is.
HOOFDSTUK 7
Artikel 42
Uittreding en opheffing
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling SED organisatie