**1..** Een gesprek tussen deskundigen en de jeugdige en/of zijn ouder(s) maakt in beginsel deel uit van het onderzoek. Hiervoor wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 10 werkdagen na de melding van de hulpvraag, een afspraak gemaakt.
**2..** Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de jeugdige en/of zijn ouder(s) voor zover nodig:
de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag;
het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;
het vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden;
de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;
de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening;
de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken;
de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;
hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en/of zijn ouder(s), en
de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige en/of zijn ouder(s) in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze.
**3..** Als de jeugdige en/of zijn ouder(s) een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het tweede lid.
**4..** Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouder(s) over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken.
**5..** Het college kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouder(s) afzien van een gesprek.