**1..** Een voorziening kan slechts worden toegekend indien de ondersteuningsbehoevende door zijn beperkingen niet in staat is het openbaar vervoer te bereiken of te gebruiken.
**2..** Een voorziening in de vorm van deelname aan het collectief vervoersysteem, een vergoeding voor vervoer per eigen auto, vervoer per taxi en een al dan niet aangepaste auto wordt niet toegekend indien het (gezamenlijk) inkomen van de ondersteuningsbehoevende hoger is dan 1,5 maal het norminkomen, behoudens het gestelde in lid 3 van dit artikel.
**3..** Inafwijking van het gestelde in het vorige lid wordt geen inkomensgrens voor deelname aan het collectief vervoersysteem gehanteerd indien de ondersteuningsbehoevende geïndiceerd is voor vervoer in de rolstoel.
**4..** Bij de verlening van de voorzieningen genoemd in artikel 5.1 onder b tot en met j kan rekening worden gehouden met:
de individuele vervoersbehoefte van de ondersteuningsbehoevende;
de mate waarin de voorziening genoemd in artikel 5.1 onder a in de individuele vervoersbehoefte kan voorzien; en
de mate waarin de vervoersbehoeften van partners samenvallen.
**5..** Een ondersteuningsbehoevende kan eerst dan voor een voorziening in de vorm van een open elektrische buitenwagen in aanmerking worden gebracht indien hij slechts tweehonderd meter kan lopen en hij niet in staat is gebruik te maken van een al dan niet speciaal uitgevoerde fiets.
**6..** Een ondersteuningsbehoevende kan eerst dan voor een voorziening in de vorm van een aanpassing aan de eigen auto in aanmerking worden gebracht als betrokkene is aangewezen op individueel vervoer per eigen auto en het (gezamenlijk) inkomen hoger is dan 1,5 het norminkomen.
**7..** Bij een inkomen lager dan 1,5 het norminkomen kan betrokken in plaats van voor deelname aan een collectief vervoersysteem in aanmerking komen voor een voorziening in de vorm van een aanpassing aan de eigen auto indien de kosten voor de voorziening niet hoger zijn dan het in het Besluit maatschappelijke ondersteuning genoemde bedrag.
**8..** Indien de ondersteuningsbehoevende in aanmerking komt voor deelname aan het collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer en een inkomen heeft dat hoger is dan voor hem geldende inkomensgrens, doch niet meer dan € 1000,00 op jaarbasis boven die grens uitkomt, wordt deelname aan een collectief vervoersysteem toegestaan voor de helft van de mogelijkheden bij volledige toekenning.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.4
- Beperkingen en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke Ondersteuning gemeente Oirschot