De inzet van re-integratie instrumenten binnen de doelgroep is afhankelijk van op welke trede van de Participatieladder de klant staat. Deze indeling komt uit de Beleidskeuzenotitie Participatiewet.
De klanten in groep 1 van de Participatieladder (potentieel in staat om zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen), trede 4 en 5, hebben lichte ondersteuning nodig. We zetten kortdurende en/of algemene voorzieningen van het Centrum voor arbeidsontwikkeling in, gericht op bemiddeling naar (regulier) werk. Ingezet wordt bijvoorbeeld: algemene voorzieningen van het Centrum voor arbeidsontwikkeling zoals bemiddeling door de jobhunter.
Re-integratie instrumenten worden ingezet voor groep 2 van de Participatieladder (in staat om met behulp van ondersteuning gedeeltelijk het wettelijk minimumloon te verdienen), trede 3, zodat zij aan de slag kunnen op de arbeidsmarkt.
Voor klanten in groep 3 van de Participatieladder (geen loonwaarde), trede 1 en 2, die niet in staat zijn om reguliere arbeid te verrichten, wordt ingezet op het bevorderen van maatschappelijke participatie. Vanuit de Participatiewet zetten we geen middelen in voor deze klanten omdat zij niet in staat zijn om te werken op de arbeidsmarkt.
Voor niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) zetten we de algemene voorzieningen van het Centrum voor arbeidsontwikkeling in, zoals werkgeversbenadering, vacatureaanbod en bemiddeling via de jobhunter.
Hoofdstuk 3.
Artikel 4.
Inzet re-integratie instrumenten voor doelgroep
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Schouwen-Duiveland 2015