Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015

De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op 90% van het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Indien het water van een waterbedrijf betrokken wordt dan wordt het verbruik gelijk gesteld aan 90% van het op de jaarafrekening vermelde aantal kubieke meters waterverbruik over de aaneengesloten periode van twaalf (12) maanden. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf (12) maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. Indien wordt aangetoond dat bij gecombineerde objecten (woningen met een bedrijf) bedrijfsmatig minimaal 20% van de toegevoerde hoeveelheid water niet op de riolering wordt geloosd, en een aparte watermeter hiervoor ontbreekt, wordt de hoeveelheid afvalwater per persoon per adres bepaald op 45m³. Indien wordt aangetoond dat bij bedrijven, niet zijnde bedrijfsverzamelgebouwen minimaal 20% van de toegevoerde hoeveelheid water niet op de riolering wordt geloosd, en een aparte watermeter hiervoor ontbreekt, wordt de hoeveelheid afvalwater bepaald op 300m³. Indien voor de in artikel 3 bedoelde percelen in verband met het ontbreken van afzonderlijke watermeters niet de hoeveelheid water kan worden vastgesteld zoals hiervoor omschreven, wordt: De belasting vastgesteld op het tarief zoals vermeld in artikel 6 onder a. Van nieuwe gebruikers van voor woning bestemde eigendommen wordt, zolang geen gegevens als bedoeld in het eerste lid van dit artikel bekend zijn, de hoeveelheid water bepaald op 45m³ per persoon. Van nieuwe gebruikers van niet voor woning bestemde eigendommen wordt, zolang geen gegevens als bedoeld in het eerste lid van dit artikel bekend zijn, de hoeveelheid water bepaald op 150m³. Het aantal kubieke meters water genoemd in lid 3 t/m 7 zijn gebaseerd op 100%. Hiervan dient voor de aanslagberekening 90% te worden genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel