De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar
het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt
afgevoerd.
Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op 90% van het aantal
kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het
begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het
perceel is toegevoerd of is opgepompt. Indien het water van een
waterbedrijf betrokken wordt dan wordt het verbruik gelijk gesteld aan
90% van het op de jaarafrekening vermelde aantal kubieke meters
waterverbruik over de aaneengesloten periode van twaalf (12) maanden.
Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
(12) maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
tijdsgelang bepaald.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
geweest kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien
vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water
geschiedt op grond van enige andere wettelijke
bepaling.
Indien wordt aangetoond dat bij gecombineerde objecten (woningen met
een bedrijf) bedrijfsmatig minimaal 20% van de toegevoerde hoeveelheid
water niet op de riolering wordt geloosd, en een aparte watermeter
hiervoor ontbreekt, wordt de hoeveelheid afvalwater per persoon per
adres bepaald op 45m³.
Indien wordt aangetoond dat bij bedrijven, niet zijnde
bedrijfsverzamelgebouwen minimaal 20% van de toegevoerde hoeveelheid
water niet op de riolering wordt geloosd, en een aparte watermeter
hiervoor ontbreekt, wordt de hoeveelheid afvalwater bepaald op
300m³.
Indien voor de in artikel 3 bedoelde percelen in verband met het
ontbreken van afzonderlijke watermeters niet de hoeveelheid water kan
worden vastgesteld zoals hiervoor omschreven, wordt:
De belasting vastgesteld op het tarief zoals vermeld in artikel 6 onder
a.
Van nieuwe gebruikers van voor woning bestemde eigendommen wordt,
zolang geen gegevens als bedoeld in het eerste lid van dit artikel
bekend zijn, de hoeveelheid water bepaald op 45m³ per persoon.
Van nieuwe gebruikers van niet voor woning bestemde eigendommen
wordt, zolang geen gegevens als bedoeld in het eerste lid van
dit artikel bekend zijn, de hoeveelheid water bepaald op
150m³.
Het aantal kubieke meters water genoemd in lid 3 t/m 7 zijn
gebaseerd op 100%. Hiervan dient voor de aanslagberekening 90%
te worden genomen.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015