1.Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. Deze gedragingen worden onderscheiden in de volgende categorieën:
a. Eerste categorie: gedragingen die hebben geleid tot een benadelingbedrag van minder dan € 500,00.
b. Tweede categorie: gedragingen die hebben geleid tot een benadelingbedrag van € 500,00 tot € 2000,00.
c.Derde categorie: gedragingen die hebben geleid tot een benadelingbedrag van € 2000,00 tot € 4000,00.
d. Vierde categorie: gedragingen die hebben geleid tot een benadelingbedrag van € 4000,00 tot en met €10.000.
e. Indien het benadelingbedrag meer bedraagt dan € 10.000,00 wordt een individueel besluit genomen.
2.Indien sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid kan het college tevens besluiten de bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken. Dit is geregeld in artikel 48 lid 2 onder b van de Participatiewet.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Schouwen-Duiveland 2015