De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 8 tot en met 11, wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
40% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 12.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Schouwen-Duiveland 2015