**1..** Voor de deelname aan het collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 38 lid 1 van de verordening is de aanvrager per rit een bedrag conform het reguliere openbaar vervoer op basis van de blauwe nationale strippenkaart verschuldigd.
**2..** Voor vervoer met het collectief vervoersysteem buiten de gemeentegrens maar binnen 5 openbaar vervoerzones vanaf het woonadres, wordt een bedrag van maximaal € 485,-- per jaar verleend. Het bedrag wordt uitbetaald aan een door burgemeester en wethouders aan te wijzen vervoerder.
**3..** Het bedrag voor individueel vervoer als bedoeld in artikel 38 lid 2 van de verordening is gemaximeerd. Het bedrag is zodanig dat de aanvrager bij een door burgemeester en wethouders aangewezen vervoerder 1.500 taxikilometers per kalenderjaar kan rijden. Het bedrag wordt uitbetaald aan een door burgemeester en wethouders aan te wijzen vervoerder.
**4..** Het persoonsgebonden budget voor gebruik van een auto als bedoeld in artikel 38 lid 2 van de verordening bedraagt:
**a..** €518,-- per kalenderjaar voor eigen auto of
**b..** €275,-- per kalenderjaar voor bruikleen- of leaseauto of
**c..** €741,-- indien de auto waarvan gebruik gemaakt wordt speciaal ingericht of aangepast is voor het zittend in een rolstoel vervoeren van een aanvrager die rolstoelafhankelijk is.
**5..** Het persoonsgebonden budget voor het gebruik van een auto als bedoeld in lid 4 kan verhoogd worden indien de aanvrager ter voorkoming van dreigende eenzaamheid aangewezen is op contacten buiten het zorggebied. In een dergelijke situatie wordt de verhoging van het persoonsgebonden budget individueel vastgesteld op basis van de vervoersbehoefte, waarbij uitgegaan wordt van de werkelijke kosten van het vervoer verminderd met de kosten van het openbare vervoer.
**6..** De aanvrager die een persoonsgebonden budget krijgt als bedoeld in lid 4 of deelneemt aan het collectieve vervoersysteem als bedoeld in lid 1, kan in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget indien een aanvrager in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening voor de directe omgeving van de woning als bedoeld in artikel 39 van de verordening en in de plaats van deze voorziening kiest voor het gebruik van de eigen auto. In een dergelijke situatie wordt dat persoonsgebonden budget bepaald op een bedrag van € 137,-- per kalenderjaar.
**7..** Indien echtgenoten beiden geïndiceerd zijn voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 38 lid 2 sub a van de verordening, wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld op niet meer dan anderhalf maal de bedragen genoemd in lid 4.
**8..** Indien een aanvrager in een AWBZ-inrichting verblijft, kan de vervoersvoorziening met toepassing van artikel 37 van de verordening, na individuele vaststelling voor familiebezoek worden verhoogd tot maximaal € 683,-- per kalenderjaar.
Hoofdstuk 4
Artikel 10.
Bijdragen en omvang van vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle