Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2.

Het verlagen van de uitkering

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Horst aan de Maas

1.. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college of zijn ambtenaren zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging toegepast. 2.. De verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de individuele omstandigheden waarin hij verkeert. De maatregel kan gelet op de individuele omstandigheden afwijken van de in deze verordening genormeerde verlagingen. Deze afwijking kan zowel een verzwaring als matiging van de verlaging betekenen. 3.. Een verlaging wordt na maximaal 3 maanden heroverwogen op grond van artikel 18, derde lid, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel