De belastingschuld ontstaat bij het begin van het
belastingtijdvak.
Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de
belastingplicht.
Indien de belastingplicht bij het begin van het belastingtijdvak
bestaat of aanvangt, wordt de reclamebelasting naar het jaartarief
geheven.
Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
aanvangt, wordt de reclamebelasting naar het maandtarief
geheven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
aanvangt, is de naar maandtarief geheven reclamebelasting
verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip
van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
eindigt en de reclamebelasting naar jaartarief is geheven, wordt de
aanslag op verzoek van de belastingplichtige verminderd voor zoveel
maandelijkse gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de
beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de vermindering minder
bedraagt dan € 10,00.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
eindigt en de reclamebelasting naar maandtarief is geheven, wordt de
aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd tot op het
bedrag dat met toepassing van het maandtarief wordt berekend voor
het aantal volle kalendermaanden waarin de belastingplicht bestond,
tenzij blijkt dat het bedrag van de vermindering minder bedraagt dan
€ 10,00. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt de maand
waarin de belastingplicht eindigt als volle kalendermaand
aangemerkt.
Artikel 9
Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2015