Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2015

1.. De marktgelden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, zijn verschuldigd bij aanvang van het kalenderjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar aanvangt, zijn de marktgelden verschuldigd voor het aantal volle weken als er in het betreffende jaar na de aanvang van de belastingplicht nog overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt wegens opzegging van de vergunning door de vergunninghouder, bestaat aanspraak op ontheffing voor het aantal volle weken als er in het betreffende kalenderjaar na het einde van de belastingplicht nog overblijven. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt wegens overlijden van de vergunninghouder en de vergunning niet wordt overgeschreven als bedoeld in artikel 9 van de Marktverordening, bestaat aanspraak op ontheffing voor het aantal volle weken als er in het betreffende kalenderjaar na het einde van de belastingplicht nog overblijven. 5.. Er is geen recht op ontheffing behoudens de ontheffing als bedoeld in artikel 4.4 lid 2 van het Inrichtingsplan. 6.. De marktgelden als bedoeld in artikel 3, vierde lid, zijn verschuldigd bij aanvang van het kalenderjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel