Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt
of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen
laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn
aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe,
indien de schade in relatie staat tot:
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als
bedoeld in artikel 10 te verlenen;
de voorschriften van het bevoegd gezag verbonden aan de
vergunning als bedoeld in artikel 10;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld
in artikel 10, derde lid;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld
in artikel 16, tweede lid, tweede lid, onder d;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 17, tweede lid,
tweede volzin.
Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van
de
Procedureverordening tegemoetkoming planschade Vlissingen 2009 van
overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 5
Artikel 16.
Tegemoetkoming in schade
Onderdeel van Monumentenverordening Vlissingen 2010